ECLI:NL:RVS:2005:AT0574
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit wegslepen voertuig wegens parkeren in tijdelijke laad- en loshaven
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft op 14 januari 2003 het voertuig van appellant laten wegslepen omdat het geparkeerd stond op een tijdelijke laad- en loshaven aan de Keizersgracht. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en vervolgens door de rechtbank Amsterdam werd afgewezen.
Appellant stelde dat het parkeerverbod niet duidelijk was vanwege de positie en staat van het verkeersbord. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant zich had moeten vergewissen van de geldende verkeersregels en dat de borden correct waren geplaatst en zichtbaar waren. De stelling dat het bord scheef stond en daardoor onduidelijk was, werd niet aannemelijk geacht.
Verder werd geoordeeld dat het college bevoegd was tot het toepassen van bestuursdwang op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en dat het beleid van het college om voertuigen die niet in het rapport van bevindingen stonden direct weg te slepen niet onredelijk was. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigden.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant tegen het besluit tot wegslepen van zijn voertuig wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.