ECLI:NL:RVS:2002:AE1165
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herhaalde asielaanvraag en toepassing artikel 4:6 Awb
Appellanten hebben herhaalde aanvragen om een verblijfsvergunning asiel ingediend die door de staatssecretaris zijn afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De kern van het geschil betreft de toepassing van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat vereist dat bij een nieuwe aanvraag nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld. De Raad oordeelt dat de mogelijke besnijdenis van de dochter van appellanten geen nieuw feit is, omdat dit risico reeds bekend was bij de eerste aanvraag.
Appellanten voerden aan dat strikte toepassing van artikel 4:6 Awb Pro in strijd zou kunnen zijn met artikel 3 EVRM Pro, dat bescherming biedt tegen onmenselijke behandeling. De Raad volgt dit niet, tenzij bijzondere, individuele omstandigheden dit vereisen, wat hier niet is gebleken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.