ECLI:NL:RVS:2001:AB6602
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J.R. Bakker
- C.A. Terwee-van Hilten
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Weigering legalisatie verklaring ongehuwd-zijn wegens twijfel burgerlijke staat
Appellant verzocht om legalisatie van een Ghanese verklaring van ongehuwd-zijn, welke door de Minister werd geweigerd wegens gerede twijfel over de juistheid van de verklaring. Appellant maakte bezwaar tegen deze weigering en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk maar veroordeelde de Minister tot proceskostenvergoeding en griffierechtteruggave.
Zowel appellant als de Minister stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Minister betoogde dat de rechtbank ten onrechte een te hoge wegingsfactor hanteerde bij de proceskostenveroordeling en dat vergoeding van het griffierecht niet aan de orde was. De Raad van State volgde de Minister en stelde de proceskostenveroordeling lager vast, terwijl de griffierechtvergoeding werd ingetrokken.
Appellant voerde aan dat zij door onthouden stukken in haar procespositie was geschaad, wat in strijd zou zijn met het EVRM. De Raad oordeelde dat de beperking van kennisneming gerechtvaardigd was en dat appellant voldoende gelegenheid had gehad haar zienswijze naar voren te brengen. De Raad bevestigde dat de Minister terecht twijfelde aan de juistheid van de ongehuwdverklaring, mede door verklaringen van familieleden, en dat deze twijfel rechtvaardigde dat de legalisatie werd geweigerd.
De Raad van State vernietigde het deel van de uitspraak over de proceskostenveroordeling en griffierechtvergoeding, stelde de proceskostenveroordeling lager vast, en bevestigde de rest van de uitspraak. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de Minister om de verklaring van ongehuwd-zijn te legaliseren en stelt de proceskostenveroordeling lager vast.