Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Samenvatting
.Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
€ 1.442,- aan eiseres toegekend.
15 oktober 2025 (bestreden besluit) het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Dit betekent dat het UWV bij het primaire besluit is gebleven.
Standpunten van partijen
1 januari 2005 sprake was van klachten die nooit geheel zijn verdwenen en zich progressief hebben ontwikkeld. Ook hieruit moet de conclusie worden getrokken dat er in de periode in geding sprake was van verlies van arbeidsvermogen.
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
mr.A.M. Pasmans, griffier. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2026.