Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
Stichting WonenBreburg, uit Tilburg, vergunninghouder
Procesverloop
Beroeps- en verzoeksgronden
Beoordeling door de voorzieningenrechter
maatschappelijkevoorziening wordt aangeduid, valt moeilijk in te zien waarom er geen sprake is van een maatschappelijke activiteit en er slechts sprake is van regulier wonen.
gevoeliginitiatief overweegt de voorzieningenrechter dat hierbij acht moet worden geslagen op de Richtlijn en de daarin genoemde factoren en uitgangspunten. Dat heeft het college nu onvoldoende gedaan. Gelet op de formulering van de Richtlijn lijkt al snel sprake van een gevoelig initiatief. Zo maakt het benodigd zijn van een beheerplan, zoals in het voorliggende geval, al snel dat een voorziening gevoelig is. Ook in de omvang van het plan kan een aanwijzing voor gevoeligheid worden gezien. Er is weliswaar geen sprake van een heel groot project, maar het heeft met dertig wooneenheden toch een zekere omvang waar tenminste dertig maar waarschijnlijk meer bewoners kunnen worden gehuisvest. Ten aanzien van de doelgroep waarvoor de prikkelarme woningen bestemd zijn, is de voorzieningenrechter reeds nu van oordeel dat deze niet valt onder “bijzondere doelgroepen” genoemd in paragraaf 3.3, onder het kopje ‘Interne afstemming’, onder 2, van de Richtlijn. Het college en vergunninghouder hebben in de stukken en ter zitting voldoende duidelijk uiteengezet dat van de huisvesting van deze doelgroepen geen sprake is.
Het college kan er echter ook voor kiezen om in plaats van een verbeterde motivering direct de gemeenteraad om (bindend) advies te vragen. Die keus laat de voorzieningenrechter aan het college. Het college kan het gebrek dus op twee manieren herstellen. Het gebrek kan door het college worden hersteld hetzij met een verbeterde motivering waarom geen sprake is van een maatschappelijke activiteit, voor zover het een maatschappelijk gevoelig initiatief betreft, hetzij door de gemeenteraad om (bindend) advies te vragen.