RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
zaaknummers: BRE 26/337, 26/483, 26/485, 26/487 26/489, 26/491, 26/493, 26/495, 26/497, 26/499, 26/501, 26/504, 26/506, 26/508, 26/510, 26/513, 26/515, 26/517, 26/520, 26/522, 26/524, 26/527, 26/529, 26/531, 26/534, en 26/536.
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 april 2026 in de zaken tussen
[eiser 1] , uit [woonplaats 1] , eiser in de zaak 26/337,
[eiser 2] , uit [woonplaats 2] , eiser in de zaak 26/483
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 3] , uit [woonplaats 3] , eiser in de zaak 26/485
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 4] , uit [woonplaats 4] , eiser in de zaak 26/487
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 5] , uit [woonplaats 5] , eiser in de zaak 26/489
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 6] , uit [woonplaats 2] , eiser in de zaak 26/491
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 7] , uit [woonplaats 6] , eiser in de zaak 26/493
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 8] , uit [woonplaats 2] , eiser in de zaak 26/495
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 9] , uit [woonplaats 7] , eiser in de zaak 26/497
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 10] , uit [woonplaats 8] , eiser in de zaak 26/499
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 11] , uit [woonplaats 5] , eiser in de zaak 26/501
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 12] , uit [woonplaats 5] , eiser in de zaak 26/504
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 13] , uit [woonplaats 9] , eiser in de zaak 26/506
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 14] ,uit [woonplaats 10] , eiser in de zaak 26/508
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 15] , uit [woonplaats 11] , eiser in de zaak 26/510
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 16] , uit [woonplaats 12] , eiser in de zaak 26/513
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 17] , uit [woonplaats 5] , eiser in de zaak 26/515
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 18] , uit [woonplaats 13] , eiser in de zaak 26/517
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 19] , uit [woonplaats 5] , eiser in de zaak 26/520
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 20] , uit [woonplaats 14] , eiser in de zaak 26/522
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 21] , uit [woonplaats 15] , eiser in de zaak 26/524
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 22] , uit [woonplaats 16] , eiser in de zaak 26/527
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 23] , uit [woonplaats 17] , eiser in de zaak 26/529
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 24] , uit [woonplaats 18] , eiser in de zaak 26/531
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 25] , uit [woonplaats 5] , eiser in de zaak 26/534
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
[eiser 26] , uit [woonplaats 19] , eiser in de zaak 26/536
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
hierna samen aangeduid als eisers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau, het college.
Als derde-partij neemt aan de zaken deel: Parc de Kievit Holding B.V. uit Baarle-Nassau (vergunninghoudster)
(gemachtigde: mr. E.T. de Jong).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de beslissingen op bezwaar van 9 december 2025 (bestreden besluiten) waarmee het college de bezwaren van eisers per eiser niet-ontvankelijk heeft verklaard. Deze bezwaren waren gericht tegen de omgevingsvergunning van 6 juni 2025 voor het bouwen van twaalf recreatiewoningen in het vakantiepark Parc de Kievit, op het adres ‘ [adres] in Baarle-Nassau. Eisers zijn het niet eens dat hun bezwaren niet-ontvankelijk zijn verklaard en hebben hiertegen beroep ingesteld. Aan de hand van onder meer de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college de bezwaren van eisers niet-ontvankelijk mocht verklaren.
1.1.De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college dit mocht doen
.Eisers krijgen geen gelijk en de beroepen zijn ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.