ECLI:NL:RBZWB:2026:183

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
25/229 t/m 25/239
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van de heffing van kansspelbelasting en de rol van bonussen in de belastinggrondslag

In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 15 januari 2026, wordt het beroep van belanghebbende, een Belgische B.V., tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst behandeld. De rechtbank oordeelt dat de heffing van kansspelbelasting, waarbij bonussen die aan spelers zijn verstrekt als inzet worden aangemerkt, terecht is. Belanghebbende had in totaal € 2.885.229 aan kansspelbelasting voldaan voor verschillende tijdvakken, maar de inspecteur verklaarde de bezwaren tegen deze voldoening ongegrond. De rechtbank stelt vast dat de wetgever het spelen met een bonus als belaste inzet heeft bedoeld, en dat er geen sprake is van schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur of van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Belanghebbende heeft niet kunnen aantonen dat de belastingheffing leidt tot een individuele en buitensporige last. De rechtbank concludeert dat de verschuldigde kansspelbelasting op de juiste wijze is vastgesteld en verklaart de beroepen ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/229 t/m BRE 25/239

uitspraak van de meervoudige kamer van 15 januari 2026 in de zaken tussen

[belanghebbende] B.V., statutair gevestigd te [woonplaats] (België), belanghebbende,
(gemachtigde: mr. S.H. van der Veldt),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 10 december 2024.
1.1.
Belanghebbende heeft voor de volgende tijdvakken op aangiften bedragen van in totaal € 2.885.229 aan kansspelbelasting voldaan:
Tijdvak
Voldoening op aangifte
Zaaknummer rechtbank
December 2023
€ 320.602
BRE 25/229
Januari 2024
€ 265.210
BRE 25/230
Februari 2024
€ 392.185
BRE 25/231
Maart 2024
€ 251.624
BRE 25/232
April 2024
€ 288.170
BRE 25/233
Mei 2024
€ 132.174
BRE 25/234
Juni 2024
€ 247.185
BRE 25/235
Juli 2024
€ 266.365
BRE 25/236
Augustus 2024
€ 316.239
BRE 25/237
September 2024
€ 215.325
BRE 25/238
Oktober 2024
€ 190.150
BRE 25/239
Totaal
€ 2.885.229
1.2.
De inspecteur heeft de tegen de voldoening op aangifte van kansspelbelasting gemaakte bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
De inspecteur heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. Voorafgaand aan de zitting heeft zowel de inspecteur als belanghebbende een nader stuk ingediend.
1.4.
De rechtbank heeft de beroepen tezamen met de beroepen van belanghebbende met zaaknummers BRE 24/4404 t/m BRE 24/4418, BRE 24/4420 t/m BRE 24/4422, BRE 24/4424, BRE 24/4425 en BRE 24/4427 op 13 november 2025 op zitting behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigde, bijgestaan door mr. J.L. Visser, en namens de inspecteur: mr. [inspecteur 1] , mr. [inspecteur 2] , mr. [inspecteur 3] , mr. [inspecteur 4] , mr. [inspecteur 5] , mr. [inspecteur 6] en [inspecteur 7] .
1.5.
Ter zitting hebben de gemachtigde en de inspecteur beiden een pleitnota overgelegd. De rechtbank heeft deze stukken aan het dossier toegevoegd.
1.6.
Van hetgeen ter zitting is besproken is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan de rechtbank gelijktijdig met deze uitspraak een afschrift naar partijen heeft verzonden.
1.7.
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht uiterlijk 15 januari 2026 uitspraak te doen

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de verschuldigde kansspelbelasting naar het juiste bedrag is vastgesteld. Tussen partijen is meer specifiek in geschil of de met de bonus geplaatste inzetten terecht bij het bruto spelresultaat in aanmerking zijn genomen bij de bepaling van de grondslag voor de kansspelbelasting. Daarbij is in geschil of deze heffing strijdig is met diverse rechtsbeginselen en artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (EP).
2.1.
De rechtbank is van oordeel dat de met de bonus geplaatste inzetten terecht bij het bruto spelresultaat in aanmerking genomen bij de bepaling van de grondslag voor de kansspelbelasting. De verschuldigde kansspelbelasting is derhalve op de juiste wijze vastgesteld.
2.2.
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

3. Belanghebbende is een besloten vennootschap gevestigd in België.
3.1.
Belanghebbende houdt een vergunning voor het organiseren van kansspelen op afstand als bedoeld in artikel 31a, eerste lid, van de Wet op de kansspelen. Belanghebbende biedt online kansspelen aan via haar website, waaronder casinospelen en sportweddenschappen.
3.2.
Een speler die een online kansspel wil spelen bij belanghebbende, moet eerst een speelrekening openen. Het speeltegoed op de speelrekening kan de speler vervolgens inzetten op de verschillende kansspelen die belanghebbende aanbiedt. De speelrekening is opgedeeld in een cashmeter en een bonusmeter. Als een speler geld stort op de speelrekening, dan wordt dit bedrag toegevoegd aan de cashmeter. Een speler kan het speeltegoed op de cashmeter te allen tijde terugboeken naar zijn bankrekening.
3.3.
Voor promotionele doeleinden biedt belanghebbende (bepaalde) spelers de mogelijkheid om gratis een kansspel te spelen. Belanghebbende kent aan haar spelers diverse bonussen toe, zoals een welkomstbonus. Een bonus heeft een nominale waarde en wordt door belanghebbende toegevoegd aan de bonusmeter op de speelrekening. Een speler kan de nominale waarde van een bonus niet laten uitkeren, hij kan hiermee alleen (gratis) voor die waarde een kansspel spelen (de bonusinzet). Als een speler een bonus inzet en wint, dan wordt de gewonnen prijs aan de bonusmeter toegevoegd indien doorspeelvereisten gelden. Als aan de voor die bonus geldende vereisten is voldaan, wordt het op dat moment resterende saldo behaald met de bonus overgezet naar de cashmeter. Dan kan de speler het betreffende bedrag wél laten uitkeren naar zijn bankrekening.
3.4.
In de ‘Bonusvoorwaarden van de stortingsbonus’ van belanghebbende is onder meer opgenomen:

“Welkomstbonus casino

100% stortingsbonus tot €250

 Bestaande & nieuwe klanten mogen eenmalig gebruikmaken van deze bonus
 Je ontvangt bij je volgende storting een bijkomende 100% match bonusgeld tot een
 maximum van €250
 Indien je volgende storting bijvoorbeeld €50 bedraagt, ontvang je €100 op je spelrekening
 (waarvan €50 bonusgeld). Bij een storting van €300 ontvang je €550 (waarvan €250
 bonusgeld).
 De minimumstorting om gebruik te maken van deze bonus is €10
 Deze bonus is niet cumuleerbaar met onze Welkomstbonus voor Sport
 Bonus is enkel inzetbaar op casino
 Eventuele winsten die voortkomen uit deze stortingsbonus zijn opvraagbaar nadat het
 bonusbedrag 35 maal werd ingezet
(…)
 Je speelt altijd eerst met je eigen bijgedragen geld, daarna pas met je bonusgeld • Eventuele winsten die voortkomen uit eigen bijgedragen geld zijn steeds opvraagbaar, winsten die voorkomen uit bonusgeld zijn pas opvraagbaar nadat het bonusgeld het nodige aantal keren ingezet werd en dus werd vrijgespeeld”
3.5.
Belanghebbende is belastingplichtig voor de kansspelbelasting als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de kansspelbelasting (de Wet KSB). Belanghebbende heeft voor elk tijdvak aangiften gedaan van het bruto spelresultaat, zijnde het verschil tussen de ontvangen inzetten en de ter beschikking gestelde prijzen. Bij de vaststelling van het bruto spelresultaat zijn ook de bonusinzetten tot de ontvangen inzetten gerekend. Zowel de voorwaardelijke als de onvoorwaardelijke prijzen zijn van het bruto spelresultaat afgetrokken.
3.6.
Tot de gedingstukken behoort een brief van de inspecteur aan belanghebbende van 6 april 2023. Deze brief vermeldt onder meer het volgende:
"Aanvullend standpunt
Zoals eerder kenbaar gemaakt en toegelicht, is er een aanvullend standpunt over de bonusregeling bij aanbod kansspelen op afstand:
Het standpunt van de Belastingdienst is:
(...)
3.Ter beschikking gestelde prijzen: hetgeen een speler als winnaar bij deelname aan een kansspel ontvang. Er is sprake van het 'ter beschikking stellen' van een prijs aan een speler, indien die speler een onvoorwaardelijk recht op uitbetaling van de prijs heeft verkregen.
Het aanvullend standpunt van de Belastingdienst op onderdeel 3 is:
3. Ter beschikking gestelde prijzen: hetgeen een speler als winnaar bij deelname aan een kansspel ontvangt. Er is sprake van het 'ter beschikking stellen' van een prijs aan een speler, indien die speler een onvoorwaardelijk recht op uitbetaling van de prijs heeft verkregen. Prijzen die nog niet onvoorwaardelijk aan een speler ter beschikking zijn gesteld en door een speler weer worden ingezet, worden als onvoorwaardelijk ter beschikking gesteld beschouwd, voor het deel dat is ingezet.”

Motivering

Zijn de met de bonus geplaatste inzetten terecht bij het bruto spelresultaat in aanmerking zijn genomen voor de heffing van de kansspelbelasting?
4. Belanghebbende stelt primair dat bonussen geheel niet, of slechts beperkt, dienen te worden betrokken in het begrip bruto spelresultaat. Volgens belanghebbende is de gedachtegang die de wetgever aan het betrekken van bonussen in het bruto spelresultaat ten grondslag legt onjuist en onvolledig. Belanghebbende heeft voor de onderhavige tijdvakken een cijfermatig overzicht overgelegd van de verschuldigde kansspelbelasting als de bonussen niet in de belastbare grondslag zijn betrokken en verzocht om een teruggaaf voor alle tijdvakken voor het verschil met de voldane kansspelbelasting.
4.1.
De inspecteur stelt daartegenover dat de door de spelers met bonussen geplaatste inzetten terecht bij de bepaling van het bruto spelresultaat in aanmerking zijn genomen.
4.2.
Artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet KSB bepaalt dat de belasting wordt geheven in de gevallen waarin artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Wet KSB van toepassing is, naar het verschil tussen de in een tijdvak ontvangen inzetten en de ter beschikking gestelde prijzen.
4.3.
De grondslag voor heffing van kansspelbelasting wordt derhalve bepaald door de inzetten minus de ter beschikking gestelde prijzen (het bruto spelresultaat). Ter zake hiervan is in de memorie van toelichting onder meer het volgende opgemerkt [1] :
“Het verstrekken van bonussen is een belangrijke vorm van marketing van kansspelen op afstand. Bonussen zijn onmisbaar voor een attractief legaal aanbod van kansspelen op afstand. Zij worden door (vrijwel) alle huidige aanbieders verstrekt en vormen een belangrijk instrument in de concurrentie tussen vergunninghouders en illegale aanbieders om spelers te geleiden naar het vergunde en dus verantwoorde, betrouwbare en controleerbare aanbod. Bonussen mogen echter niet op het individuele speelgedrag van de speler worden afgestemd. Hiermee wordt voorkomen dat spelers op kwetsbare momenten, bijvoorbeeld net na verlies van geld, persoonlijk worden verleid om toch door te spelen. Bonussen zullen voor de aanbieder niet fiscaal aftrekbaar zijn en tellen daarom mee in de omvang van het bruto spelresultaat waarover belasting geheven wordt. Hiermee wordt voorkomen dat een prikkel wordt gecreëerd voor vergunninghouders om onbeperkt bonussen te verstrekken.
(…)
Om die reden wordt voorgesteld als grondslag voor de kansspelen op afstand aan te houden het zogeheten bruto spelresultaat. In het eerste subonderdeel van artikel 33e, tweede lid, is dit omschreven als het verschil tussen de ontvangen inzetten en de uitgekeerde prijzen. Tot de inzetten worden hierbij ook gerekend de speeltegoeden die de vergunninghouder de speler gratis ter beschikking stelt om mee te kunnen spelen (bonussen). Deze worden niet gerekend tot de prijzen, aangezien zij door de speler niet te gelde kunnen worden gemaakt.
(…)
Bij kansspelen op afstand worden door de aanbieder soms bonussen verstrekt, bijvoorbeeld om speler ertoe te bewegen een bedrag (speeltegoed) van de betaalrekening van de speler te storten naar de spelersrekening bij de aanbieder. Als de aanbieder een bonus geeft van € 25 bij het storten van € 50, bedraagt het speeltegoed € 75. Als de speler deze € 75 inzet en daarmee € 60 aan prijzen wint, bedraagt het bruto spelresultaat € 15. Dit bedrag wordt gevormd door de inzetten van € 75 te verminderen met de prijzen van € 60.”
4.4.
Gelet op artikel 3, lid 1, onderdeel a, van de Wet KSB en de memorie van toelichting moet de grondslag voor de kansspelbelasting worden verhoogd met de aan spelers toegekende bonussen. De bonussen kunnen door de spelers worden gebruikt als inzet bij de kansspelen en behoren dus tot de grondslag voor de kansspelbelasting. Belanghebbendes stelling dat de huidige wijze van heffing van kansspelbelasting in strijd is met het wezen van de kansspelbelasting, alsmede in strijd met de rechtspraak ter zake de bepaling van de brutowinst en het casinoregime, kan niet slagen. Het is uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever geweest om het spelen met een bonus als (belaste) inzet aan te merken. De rechtbank merkt daarbij op dat belanghebbende bedrijfseconomisch bezien weliswaar geen inzet heeft ontvangen, maar dat de wetgever het begrip inzet bewust niet (enkel) bedrijfseconomisch heeft opgevat.
Toetsing aan algemene rechtsbeginselen
4.5.
Volgens belanghebbende kan de toepasselijke wet- en regelgeving evenwel geen standhouden, omdat sprake is van een onredelijke heffing. Belanghebbende voert daartoe aan dat de huidige wijze van belastingheffing in strijd is met meerdere algemene rechtsbeginselen, waaronder het legaliteitsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, het beginsel van bevoorrechte verkrijging, beginsel van de minste pijn, het beginsel van optimale realisatie en het beginsel van fiscale neutraliteit. Belanghebbende verwijst daarbij naar de conclusie van [naam] van 18 mei 2022. [2]
4.6.
De inspecteur heeft de standpunten van belanghebbende gemotiveerd weersproken. Hij stelt onder meer dat voor een toetsing aan de algemene beginselen in het onderhavige geval geen ruimte bestaat.
4.7.
De rechtbank stelt voorop dat het in artikel 120 van de Grondwet en artikel 11 van de Wet algemene bepalingen neergelegde toetsingsverbod met zich brengt dat de rechter wetten in formele zin – zoals in dit geval de Wet KSB en in het bijzonder artikel 3, lid 1, onderdeel a, van de Wet KSB – niet mag toetsen aan (ongeschreven) algemene rechtsbeginselen. Wel is de rechter bevoegd om een (bepaling in een) wet in formele zin buiten toepassing te laten, indien sprake is van bijzondere omstandigheden die niet of niet ten volle zijn verdisconteerd in de afweging van de wetgever. Daartoe bestaat aanleiding, indien die niet-verdisconteerde bijzondere omstandigheden tot gevolg hebben dat de toepassing van de wettelijke bepaling zozeer in strijd komt met algemene rechtsbeginselen of (ander) ongeschreven recht, dat die toepassing achterwege moet blijven). [3]
4.8.
Op de zitting heeft belanghebbende gesteld dat ontwikkelingen op de kansspelmarkt hebben plaatsgevonden die de wetgever niet heeft kunnen voorzien. De legale sector komt in het gedrang als op deze wijze kansspelbelasting wordt geheven. Het doel om 80% van de online kansspelen te kanaliseren naar de legale sector is niet behaald, dit is inmiddels minder dan 50%. Vergunde aanbieders kunnen niet (langer) concurreren met onvergunde aanbieders. Die gevolgen zijn naar haar mening niet verdisconteerd in de wetgeving.
4.9.
Belanghebbende heeft met hetgeen zij heeft aangevoerd geen (bijzondere) omstandigheden aannemelijk gemaakt, die niet of niet ten volle zijn verdisconteerd in de afweging van de wetgever. De wetgever was zich ervan bewust dat bonussen een belangrijk instrument zijn in de concurrentie tussen legale en illegale aanbieders. De wetgever heeft er evenwel voor gekozen om bonusinzetten tot de grondslag voor het bruto spelresultaat te rekenen om zo de prikkel te beperken om bonussen te verstrekken (zie ook r.o. 4.3). De omstandigheid dat blijkt dat de beleidsdoelen van de kanalisatie in de praktijk niet worden behaald, betekent nog niet dat de afweging van de wetgever anders zou zijn geweest. Nog daargelaten dat de wetgever zich ervan bewust zal zijn geweest dat onzeker is in hoeverre de kanalisatie daadwerkelijk zou slagen, houdt de beslissing van de wetgever om bonussen tot de inzetten te rekenen daar geen verband mee. Uit de parlementaire geschiedenis komt nergens naar voren dat de beleidsdoelen en de mate waarin die in de toekomst worden behaald, van invloed waren op de beslissing om de bonusinzetten tot de inzetten te rekenen. In zoverre faalt belanghebbendes standpunt.
4.10.
Dit betekent dat de rechtbank niet mag toetsen aan de algemene (nationale) rechtsbeginselen. Het beroep van belanghebbende op die beginselen slaagt daarom niet.
Is sprake van schending van artikel 1 EP?
4.11.
Belanghebbende stelt subsidiair dat middels de huidige heffingswijze kansspelbelasting wordt geheven over fictieve omzet, hetgeen leidt tot een schending van het discriminatieverbod en het recht op eigendom. De rechtbank begrijpt deze stelling zo dat belanghebbende stelt dat de huidige heffing in strijd is met artikel 1 EP.
4.12.
De rechtbank stelt voorop dat belastingheffing volgens vaste rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens te beschouwen is als regulering van eigendom in de zin van artikel 1 EP. Volgens artikel 1 EP dient elke inbreuk op het ongestoorde genot van eigendom in overeenstemming te zijn met het nationale recht. In artikel 1 EP ligt tevens besloten dat de inbreuk een legitiem doel in het algemeen belang dient na te streven. Een inbreuk op het recht op ongestoord genot van eigendom is verder slechts toegestaan indien de gebruikte middelen evenredig zijn aan het doel dat wordt nagestreefd. Dit vereist het bestaan van een redelijke verhouding ('fair balance') tussen voormeld algemeen belang en de bescherming van individuele rechten. Van een dergelijke redelijke verhouding is geen sprake indien de betrokken persoon wordt getroffen door een individuele en buitensporige last. Waar het gaat om de beoordeling van wat in het algemeen belang is en de keus van de middelen om dit belang te dienen, komt de wetgever op fiscaal gebied een ruime beoordelingsvrijheid toe. [4] Het oordeel van de wetgever dient te worden geëerbiedigd, tenzij dat van redelijke grond ontbloot is. [5]
4.13.
De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een schending van artikel 1 EP. In de memorie van toelichting heeft de wetgever opgemerkt dat bonussen tot het bruto spelresultaat behoren. Dat bonussen tot het bruto spelresultaat behoren, dient voorts een algemeen belang. Hiermee wordt namelijk voorkomen dat een prikkel wordt gecreëerd voor vergunninghouders om onbeperkt bonussen te verstrekken (zie r.o. 4.3). Dat de bonussen niet in mindering kunnen worden gebracht op het bruto spelresultaat is ook evenredig aan het daarmee te dienen doel, te weten dat niet teveel bonussen worden verstrekt. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de daarmee samenhangende administratieve lasten zodanig zijn dat de heffing disproportioneel is. De rechtbank is daarom van oordeel dat het niet van redelijke grond ontbloot is om de bonussen in het bruto spelresultaat te betrekken, ook al heeft dit tot gevolg dat wordt afgeweken van hetgeen bedrijfseconomisch onder omzet wordt verstaan en administratieve lasten met zich brengt.
4.14.
Voor zover belanghebbende stelt dat sprake is van een individuele en buitensporige last, overweegt de rechtbank dat daar sprake van kan zijn indien bijzondere, niet voor alle aanbieders van online kansspelen geldende, feiten en omstandigheden een buitensporige last voor belanghebbende teweegbrengen. [6] Op belanghebbende rust de last om aannemelijk te maken dat zij in verhouding tot haar branchegenoten onevenredig zwaar door de wettelijke maatregel is getroffen en wel op een zodanige wijze, dat die te kenschetsen is als een individuele en buitensporige last. Belanghebbende is niet in haar bewijslast geslaagd, nu gesteld noch gebleken is dat zij zwaarder zou zijn getroffen in verhouding tot haar branchegenoten.
Tussenconclusie
4.15.
Gelet op het voorgaande zijn de met de bonus geplaatste inzetten terecht bij het bruto spelresultaat in aanmerking zijn genomen bij de bepaling van de grondslag voor de kansspelbelasting. De verschuldigde kansspelbelasting is derhalve op de juiste wijze vastgesteld.

Conclusie en gevolgen

De beroepen zijn ongegrond. De verschuldigde kansspelbelasting blijft gehandhaafd. Dat betekent dat belanghebbende geen kansspelbelasting terugkrijgt. Belanghebbende krijgt daarom ook het griffierecht niet terug en geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, voorzitter, mr. drs. S.J. Willems-Ruesink en mr. T.S.K.L. Tjon, leden, in aanwezigheid van mr. A.S. Wiskerke-Hovanesian, griffier, op 15 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Kamerstukken II 2013/2014, 33 996, nr. 3, p. 28, 29, 118 en 152.
2.ABRvS 18 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1441.
3.Hoge Raad 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:815 en ABRvS 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:772.
4.Vgl. Hoge Raad 3 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BC2816, r.o. 3.8.1.
5.Hoge Raad 18 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:917.
6.Hoge Raad 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:442, r.o. 3.2.