Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 maart 2026 in de zaak tussen
[bedrijf] B.V., uit [plaats 1] , eiseres
Samenvatting
.Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Beoordeling door de rechtbank
Verder voert eiseres aan dat de verzekeringsarts b&b, nu hij tot een afwijkend oordeel komt, in zijn verzekeringskundige rapportage had moeten motiveren welke argumenten van de bedrijfsarts betrokken zijn en waarom desondanks tot een andere beoordeling wordt gekomen. Volgens eiseres is die motivering niet of onvoldoende kenbaar gemaakt. Daarmee is volgens eiseres sprake van een schending van zowel het zorgvuldigheidsbeginsel als het motiveringsbeginsel.
Conclusie en gevolgen
Informatie over hoger beroep
Bijlage: wet- en regelgeving
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
- Heeft de werknemer een naar algemeen medische maatstaven adequate behandeling voor zijn ziekte of gebrek ondergaan?
- Is nagegaan of door behandeling, training of revalidatie de functionele mogelijkheden kunnen worden vergroot?
- Is voorzien in adequate begeleiding op weg naar vergroting van de functionele mogelijkheden?
- Is de beoordeling van de bedrijfsarts met betrekking tot de functionele mogelijkheden van de werknemer ten aanzien van eigen arbeid en eventuele passende, andere arbeid plausibel?
- Is rekening gehouden met de stand van de wetenschap en de eisen van professionele dienstverlening, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in protocollen en richtlijnen of instructies?