Eiseres, een 64-jarige vrouw met de ziekte van Raynaud, maakt bezwaar tegen de voorwaarden van haar vervoersvoorziening in de vorm van een gesloten buitenwagen (Canta). De Bevelanden had de voorziening toegekend met een maximum van 5.000 kilometer per jaar en een meerprijs voor extra kilometers. Eiseres vindt deze beperkingen onredelijk en stelt dat er onvoldoende maatwerk is toegepast.
De rechtbank overweegt dat de toekenning van een vervoersvoorziening die lokaal vervoer mogelijk maakt, doorgaans een afstand van 15 tot 30 kilometer rondom het woonadres betreft. De beleidsregels van de Bevelanden gaan uit van maximaal 2.000 kilometer per jaar, waarbij in dit geval een ruime afwijking in het voordeel van eiseres is gemaakt door 5.000 kilometer toe te staan. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij een hogere lokale vervoersbehoefte heeft dan dit maximum.
Verder oordeelt de rechtbank dat het college niet verplicht is medisch onderzoek te verrichten als vaststaat dat eiseres vanwege haar aandoening een vervoersvoorziening nodig heeft. Ook is het beroep op het vertrouwensbeginsel niet geslaagd omdat eerdere toekenningen telkens voor beperkte periodes waren en een nieuwe aanvraag een nieuwe beoordeling vereist.
De rechtbank concludeert dat de vervoersvoorziening onder de gestelde voorwaarden voldoende tegemoetkomt aan de lokale vervoersbehoefte van eiseres. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.