ECLI:NL:RBZWB:2025:6560
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €555.000 op 1 januari 2022. De heffingsambtenaar heeft de waarde vastgesteld met een taxatiematrix en referentiewoningen. Belanghebbende stelt dat de waarde te hoog is en voert onder meer aan dat de waterverdedigingsvrijstelling niet is toegepast en dat de ligging onvoldoende is meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat de waterverdedigingsvrijstelling zich beperkt tot het dijklichaam en dat beschermingszones niet worden vrijgesteld. Ook is geen sprake van schending van het verbod van willekeur of het vertrouwensbeginsel. De heffingsambtenaar heeft voldoende inzicht gegeven in de waardebepaling en de vergelijking met referentiewoningen. De ligging van de woning wordt als subjectief element beoordeeld en beïnvloedt de waarde niet.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag OZB volgt het oordeel over de WOZ-waarde en blijft gehandhaafd. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €555.000 blijft gehandhaafd.