ECLI:NL:RBZWB:2025:3996
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens schending hoorrecht bij vervolgingskosten
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een brief van de ontvanger waarin vervolgingskosten werden gecorrigeerd. De ontvanger verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding zonder belanghebbende te horen. De rechtbank oordeelt dat de brief een voor bezwaar vatbare beschikking is, maar het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard vanwege te late indiening.
De rechtbank stelt vast dat de hoorplicht is geschonden omdat belanghebbende niet is gehoord over de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Daarom wordt de uitspraak op bezwaar vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Belanghebbende krijgt recht op een proceskostenvergoeding voor de beroepsfase en het griffierecht.
Een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat het financiële belang onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank bepaalt dat de ontvanger het griffierecht van €365 en €907 aan proceskosten moet vergoeden aan belanghebbende.
Uitkomst: De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd wegens schending van het hoorrecht, rechtsgevolgen blijven in stand, immateriële schadevergoeding wordt afgewezen, en proceskosten en griffierecht worden aan belanghebbende toegekend.