Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 april 2025 in de zaken tussen
[belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende
de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Conclusie:
Gezien de uitkomst van de privé kasopstellingen over 2018 tot en met 2021 moeten er meer contante opbrengsten zijn geweest. De kasopstelling geeft alleen een indicatie dat er meer opbrengsten moeten zijn geweest, er sprake is van een minimumtekort. Het exacte tekort is moeilijk vast te stellen.”
2019.
2020.
2021.
Motivering
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen met zaaknummers BRE 24/2055 (2019) en 24/2058 (2022) ongegrond;
- verklaart de beroepen met zaaknummers BRE 24/2054 (2018), 24/2056 (2020) en 24/2057 (2021) gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar met betrekking tot de naheffingsaanslagen OB 2018 en 2021 en de bijbehorende belastingrentebeschikkingen;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar met betrekking tot de boetebeschikkingen bij de naheffingsaanslagen OB 2018, 2020, 2021 en 2022;
- vermindert de naheffingsaanslag OB 2018 tot €1.388 en vermindert de bijbehorende belastingrentebeschikking dienovereenkomstig;
- vernietigt de boete bij de naheffingsaanslag OB 2018;
- vernietigt de naheffingsaanslag OB 2020 en de bijbehorende boete- en belastingrentebeschikking;
- vermindert de naheffingsaanslag OB 2021 tot € 3.749 en vermindert de bijbehorende belastingrentebeschikking dienovereenkomstig;
- vermindert de boete bij de naheffingsaanslag OB 2021 tot € 1.349;
- vermindert de boete bij de naheffingsaanslag OB 2022 tot € 1.071;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 907 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 187 aan belanghebbende moet vergoeden.