ECLI:NL:RBZWB:2025:1053
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling eigen bijdrage Wmo bij duurzaam gescheiden leven
Eiser, gehuwd en woonachtig in een zelfstandige woning, ontvangt huishoudelijke hulp vanuit de Wmo. Zijn echtgenote is sinds augustus 2023 opgenomen in een zorginstelling en betaalt een eigen bijdrage voor zorg vanuit de Wlz. Eiser en zijn echtgenote hebben bij de SVB verzocht hun AOW-uitkering aan te passen van gehuwd naar ongehuwd vanwege duurzaam gescheiden leven. Het CAK stelde aanvankelijk vast dat eiser geen eigen bijdrage hoefde te betalen, maar wijzigde dit later naar een eigen bijdrage van €20,60 per maand volgens de norm voor een alleenstaande.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat er geen wijziging in zijn situatie had plaatsgevonden en dat het CAK onjuist had gehandeld door het besluit te nemen. De rechtbank beoordeelde of eiser in het kader van de Wmo als gehuwd of ongehuwd moet worden aangemerkt. Volgens vaste jurisprudentie en de wettelijke bepalingen moet degene die duurzaam gescheiden leeft als ongehuwd worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat het CAK terecht het besluit van 19 januari 2024 heeft genomen, ook al was het eerdere besluit van 16 januari 2024 onjuist. Het CAK heeft de fout binnen drie dagen hersteld en het besluit is niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Eiser was zich bewust van de gevolgen van zijn statuswijziging en had rekening moeten houden met de wijziging van de eigen bijdrage. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van de eigen bijdrage Wmo wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.