Uitspraak
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
- “Ik heb tijdens het onderzoek op 25 mei 2024 verklaard op de avond van 18 januari 2024 2 AE bier enviergin-tonics te hebben gedronken.
- Tijdens het onderzoek is mij één keer gevraagd naar het alcoholgebruik op de desbetreffende avond van 18 januari 2024. Er is geen sprake van het feit dat ik (bij herhaling) verklaard zou hebben minder gedronken te hebben dan verklaard.
- Ik heb tijdens het onderzoek op 25 mei 2024 verklaard 2 tot 3 AE per week te drinken, samen met mijn partner op vrijdag of zaterdag tijdens het diner.
- Ik heb niet verklaard mijn rijbewijs nodig te hebben voor werk. Dit is tijdens het onderzoek bevestigd door de psycholoog.
- Ik heb niet verklaard (mijn rijbewijs nodig te hebben) om op locatie campagnes te filmen. Mijn werkzaamheden bestaan uit alles behalve campagnes filmen. Dit is tijdens het onderzoek bevestigd door de psycholoog.
- Ik heb niet verklaard na meer dan 3 AE pas het effect van alcohol te bemerken.
- Ik heb niet verklaard het effect van alcohol pas na 4/5 AE te bemerken.
- Mijn gewicht is tijdens het onderzoek niet afgenomen. Ik schat mijn gewicht – zoals verklaard tijdens het onderzoek op 25 mei 2024 – op 88 tot 90 KGS.
- DSM-5 classificatie, kenmerk 10. Kunt u dit nader verklaren?
- Ik verzoek u vriendelijk om de laatste zin van uw beschouwing, te weten “maar dat wel op basis van alle relevante gegevens de diagnose alcoholmisbruik gesteld kan worden” nader te verklaren dan wel te schrappen.”
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- schorst het bestreden besluit en het besluit van 25 juli 2024 tot twee weken na de uitspraak van de rechtbank in beroep;
- bepaalt dat het CBR het griffierecht van € 187,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt het CBR tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten van verzoeker.