ECLI:NL:RBZWB:2024:8876
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling misbruik van recht bij naheffingsaanslagen omzetbelasting over levering onroerende zaken
Belanghebbende, een Belgische BVBA, werd naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de jaren 2013 en 2014-2016. De inspecteur stelde dat sprake was van misbruik van recht omdat belanghebbende percelen onroerende zaken via tussenpersonen leverde om de vrijstellingsfaciliteit te benutten.
De rechtbank oordeelde dat de transacties kunstmatig waren en niet overeenkwamen met de economische realiteit. De percelen werden kort voor het verkrijgen van de status bouwterrein verkocht via tussenpersonen die geen wezenlijke rol hadden in het verkoopproces en niet beschikten over eigen middelen. Hierdoor werd het belastingvoordeel onterecht verkregen.
De rechtbank verwierp het verweer van belanghebbende dat sprake was van normale handelstransacties en stelde dat de naheffingsaanslagen terecht waren opgelegd. Ook het beroep op het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel werd afgewezen. De beroepen werden ongegrond verklaard, waardoor de naheffingsaanslagen en belastingrente in stand blijven.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen omzetbelasting worden ongegrond verklaard wegens misbruik van recht.