ECLI:NL:RBZWB:2024:7272
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag OZB woning te Tholen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake de WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor het jaar 2022 van zijn woning te Tholen. De heffingsambtenaar had de waarde per 1 januari 2021 vastgesteld op €149.000. Belanghebbende betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €110.000 voor.
De rechtbank heeft beoordeeld of de waarde en daarmee de aanslag OZB te hoog zijn vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft een waarderapport en taxatiematrix overgelegd waarop de waardebepaling is gebaseerd, met referentiewoningen die voldoende vergelijkbaar zijn met de woning van belanghebbende. Belanghebbende heeft onvoldoende onderbouwd dat de woning minder waard is, ondanks zijn stellingen over gedateerde voorzieningen, isolatie en scheuren.
Daarnaast heeft belanghebbende aangevoerd dat de heffingsambtenaar niet alle gevraagde stukken heeft verstrekt en dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar niet verplicht was om alle iWOZ-kaarten te verstrekken en dat het verslag van de hoorzitting voldoende is opgenomen in de uitspraak op bezwaar.
Ten slotte is het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen, omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem aangehaalde vergelijkbare woningen identiek of verwaarloosbaar verschillend zijn. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de beschikking en aanslag OZB. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.