Belanghebbende is belastingplichtig voor de afvalstoffenbelasting en ontving een naheffingsaanslag over het tijdvak oktober 2014, terwijl de belasting verschuldigd was over het tweede en derde kwartaal 2014. De rechtbank oordeelt dat de aanslag onterecht is opgelegd omdat het tijdvak onjuist is vermeld en dit niet berust op een duidelijke, voor belanghebbende kenbare vergissing.
De inspecteur heeft erkend dat het tijdvak op de naheffingsaanslag onjuist is, maar stelde dat dit een administratieve noodzaak was. De rechtbank acht dit onvoldoende om de aanslag in stand te houden. Omdat de belastingrente samenhangt met de vernietigde aanslag, wordt ook deze vernietigd.
Daarnaast kent de rechtbank belanghebbende een proceskostenvergoeding toe van €12.998, inclusief een aanvullende vergoeding van €10.000 vanwege het standpunt van de inspecteur tot aan de zitting. Het griffierecht wordt eveneens aan belanghebbende vergoed. Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag vernietigd.