ECLI:NL:RBZWB:2024:6405
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen ondernemerschap voor omzetbelasting en afwijzing teruggaafverzoeken
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen beslissingen van de inspecteur die teruggaaf van omzetbelasting weigerde en naheffingsaanslagen oplegde over verschillende perioden van 2017 tot 2022. De inspecteur stelde dat belanghebbende geen economische activiteiten verrichtte en daarom geen ondernemer was voor de omzetbelasting. Belanghebbende voerde aan dat het ontbreken van omzet niet uitsluit dat sprake is van ondernemerschap en stelde ook schending van haar elementaire rechten en onbehoorlijk bestuur.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij economische activiteiten heeft verricht gedurende de onderhavige perioden. De enkele verklaring over ontwikkelingswerk zonder onderbouwing was onvoldoende. De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd, ook omdat de btw-teruggaaf over het tweede en derde kwartaal 2022 geautomatiseerd is afgehandeld en geen sprake is van gewekt vertrouwen.
Verder is het verzoek tot uitstel van de zitting afgewezen wegens gebrek aan tijdige en gewichtige redenen. De wrakingsverzoeken zijn eveneens afgewezen. De rechtbank stelde vast dat de hoorplicht niet is geschonden omdat belanghebbende geen verzoek tot hoorgesprek heeft gedaan en de inspecteur haar meerdere malen in de gelegenheid heeft gesteld om haar standpunt mondeling toe te lichten.
Het bewijsaanbod van belanghebbende werd aan haar voorbijgegaan omdat zij geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheden om stukken in te brengen of getuigen op te roepen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslagen en het niet toekennen van teruggaaf en proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbende worden ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen en weigering van teruggaaf worden bevestigd.