Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetgangersgebied Nieuwlandstraat te Tilburg op 5 april 2022. Betrokkene voerde aan dat de situatie onduidelijk was en dat het bewijs onvoldoende was. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond. De rechtbank hield een themazitting over de situatie in de Nieuwlandstraat en onderscheidde drie periodes met verschillende mate van duidelijkheid en handhaving.
In de eerste periode (juli-augustus 2021) ontbraken vooraankondigingsborden, waardoor bestuurders in een fuik reden en boetes onterecht waren. In de tweede periode (10 september tot 3 november 2021) was de situatie formeel duidelijk, maar door wegwerkzaamheden en onduidelijke borden vond de rechtbank het opleggen van boetes onredelijk en matigde deze naar nihil. Vanaf 3 november 2021 was de situatie duidelijk en boetes terecht opgelegd.
In de zaak van betrokkene is vastgesteld dat een foto van de overtreding aanwezig is en dat de overtreding na 3 november 2021 plaatsvond, waardoor het beroep inhoudelijk ongegrond is. Wel is de hoorplicht geschonden omdat betrokkene niet is gehoord, wat leidt tot vernietiging van de eerdere beslissing en matiging van de boete met 25%. Daarnaast is de redelijke termijn overschreden, wat een extra matiging van 25% rechtvaardigt. De boete wordt uiteindelijk verlaagd naar € 84,37 plus administratiekosten, en teveel betaalde zekerheid wordt terugbetaald.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot € 84,37 wegens schending hoorplicht en overschrijding redelijke termijn.