Uitspraak
- op 1 januari 2013 173 honden;
- op 1 januari 2014 163 honden;
- op 1 januari 2015 420 honden; en
- op 1 januari 2016 474 honden.
2013.
2,50 fte
€ 25.480.
2014.
2,50 fte
€ 44.408
2015.
3,45 fte
€ 53.872”
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een besloten vennootschap actief in het fokken en verhandelen van hondenpups, is door de inspecteur naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd over de jaren 2013 tot en met 2015. De inspecteur stelde dat belanghebbende loon had uitbetaald aan meer werknemers dan in haar administratie en aangiften waren opgenomen. Dit leidde tot omkering en verzwaring van de bewijslast.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de loonadministratie gebreken vertoonde en dat er meer werknemers waren dan opgegeven. De inspecteur baseerde zijn naheffing op een gemotiveerde schatting van het aantal benodigde arbeidsuren voor de verzorging van de aanwezige honden, rekening houdend met correspondentie en verklaringen. Belanghebbende leverde geen overtuigend tegenbewijs.
Daarnaast verwierp de rechtbank het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat eerdere controles over 2007-2009 geen expliciete goedkeuring van de loonadministratie inhielden en de huidige naheffing gebaseerd is op het niet aangeven van werknemers. Het verzoek tot descente en de bezwaren tegen de betrokkenheid van ambtenaren werden eveneens afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de naheffingsaanslag en belastingrente, en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag loonheffingen wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.