ECLI:NL:RBZWB:2023:7983
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt terugvorderingsbesluit SVB wegens ontbreken belangenafweging bij inhouding op AOW-uitkering
Eiseres ontvangt een uitkering bestaande uit een AOW-pensioen en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). De SVB vorderde terugbetaling van een teveel ontvangen AIO-bedrag via inhoudingen op haar AOW-uitkering. Na invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) werd de aflossingscapaciteit van eiseres opnieuw berekend, wat leidde tot een verhoging van het maandelijkse inhoudingsbedrag.
Eiseres stelde dat de berekening onredelijk was omdat de beslagvrije voet werd vastgesteld op basis van de norm voor alleenstaanden van 21 jaar en ouder, en verzocht om toepassing van de norm voor AOW-gerechtigden. Zij verwees naar jurisprudentie waarin de beslagvrije voet werd verhoogd vanwege schrijnende situaties. De rechtbank oordeelde dat de SVB de bevoegdheid tot verrekening ontleent aan de Participatiewet en dat de beslagvrije voet volgens het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet worden toegepast.
De rechtbank stelde vast dat de SVB geen belangenafweging had gemaakt bij het vaststellen van het inhoudingsbedrag, terwijl artikel 60a van de Participatiewet dit wel toestaat. De coulanceregeling van de SVB bood onvoldoende compensatie, vooral nu het inhoudingsbedrag was verhoogd. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en de SVB in de gelegenheid gesteld binnen zes weken een belangenafweging te maken en het besluit te herstellen. De verdere behandeling van de zaak is aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit van de SVB wordt vernietigd wegens het ontbreken van een belangenafweging en de SVB krijgt zes weken om dit te herstellen.