ECLI:NL:RBLIM:2022:8750
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen schorsing aflossingscapaciteit SVB bij wijziging beslagvrije voet
Verzoekster, een AOW-gerechtigde, werd geconfronteerd met een verhoging van haar aflossingscapaciteit door de SVB op basis van nieuwe wettelijke regels die de beslagvrije voet leeftijdsonafhankelijk maken en niet meer baseren op woon- en zorgkosten. Dit leidde tot een maandelijkse aflossing van € 247,88, terwijl dit bedrag eerder nihil was.
Verzoekster stelde dat deze verhoging haar draagkracht te boven gaat, mede door de sterk gestegen energiekosten en inflatie, en vroeg om schorsing van het besluit totdat op haar beroep is beslist. De SVB voerde aan dat de wettelijke regeling geen ruimte biedt voor maatwerk en dat de coulanceregeling al een gefaseerde verhoging mogelijk maakt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de juridische vragen over de coulanceregeling niet in deze voorlopige voorziening konden worden beantwoord en beperkte zich tot een belangenafweging. Gezien de economische en maatschappelijke omstandigheden, waaronder de forse stijging van energiekosten, woog het belang van verzoekster zwaarder dan dat van de SVB.
Daarom werd het besluit van de SVB geschorst tot de uitspraak op het beroep, en werd de SVB verplicht het griffierecht aan verzoekster te vergoeden. De rechtbank streeft ernaar de bodemzaak in de eerste helft van volgend jaar te behandelen, mogelijk samen met vergelijkbare zaken.
Uitkomst: Het besluit van de SVB over de aflossingscapaciteit wordt geschorst tot de uitspraak op het beroep.