Eiser betwistte de herziening en terugvordering van zijn uitwonendenbeurs door DUO, omdat hij volgens hem wel woonachtig was op het BRP-adres in de periode maart tot en met december 2021. DUO baseerde haar besluit op een huisbezoekrapportage waarin werd vastgesteld dat eiser geen hoofdverblijf had op het BRP-adres, mede door het ontbreken van persoonlijke spullen en een niet-ingerichte kamer.
De rechtbank oordeelt dat DUO de bewijslast heeft voldaan door aannemelijk te maken dat eiser niet op het BRP-adres woonde. Eiser kon onvoldoende overtuigend en objectief bewijs leveren om dit te weerleggen. Poststukken en verklaringen van derden werden onvoldoende geacht, evenals pintransacties bij een supermarkt in de buurt.
De rechtbank bevestigt dat de herziening van de beurs en de terugvordering van te veel betaalde studiefinanciering terecht zijn gehandhaafd. Ook is geen aanleiding gevonden om DUO te veroordelen tot schadevergoeding of proceskosten. Het beroep wordt dan ook ongegrond verklaard.