ECLI:NL:RBZWB:2023:6670
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op €295.000 en stelt een lagere waarde van €248.000 voor. De rechtbank beoordeelt de juistheid van de waardebepaling aan de hand van het taxatierapport en referentiewoningen. Hoewel de informatievoorziening in bezwaar niet volledig was, wordt dit gebrek gepasseerd omdat de heffingsambtenaar in beroep de ontbrekende gegevens heeft overgelegd.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, mede doordat de meest vergelijkbare referentiewoning in dezelfde straat is meegenomen en verschillen adequaat zijn gecompenseerd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast wordt vastgesteld dat de behandeling van het bezwaar en beroep de redelijke termijn van 24 maanden heeft overschreden met 7 maanden. Belanghebbende krijgt daarom een immateriële schadevergoeding van €100 toegekend, waarvan €29 voor de heffingsambtenaar en €71 voor de Minister. Tevens wordt een proceskostenvergoeding toegekend en het griffierecht verdeeld tussen de heffingsambtenaar en de Minister.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.