ECLI:NL:RBZWB:2023:4071
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding en terugvordering AOW-uitkering
Eiseres ontvangt sinds 2015 een AOW-uitkering voor alleenstaanden. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag haar uitkering per november 2021 naar de norm voor gehuwden, omdat eiseres een gezamenlijke huishouding zou voeren met een medebewoner. Eiseres betwist dit en stelt dat er slechts sprake is van een commerciële huurdersrelatie zonder financiële verstrengeling of zorg.
De rechtbank beoordeelde de situatie aan de hand van objectieve criteria voor gezamenlijke huishouding, waaronder het huisvestingscriterium en het zorgcriterium. Uit het onderzoek en het huisbezoek bleek dat de medebewoner langdurig verbleef en dat er sprake was van wederzijdse zorg, zoals samen eten, gezamenlijke boodschappen en gedeelde huishoudelijke taken.
De rechtbank verwierp het verweer van eiseres dat de informatie door de Svb onjuist zou zijn weergegeven. Ook het argument dat sprake zou zijn van een commerciële huurdersrelatie faalde, omdat de feitelijke situatie een nauwere verbondenheid liet zien dan gebruikelijk in een zakelijke relatie.
Verder oordeelde de rechtbank dat de Svb terecht het pensioen heeft herzien en dat de terugvordering van te veel betaalde AOW-uitkering terecht is, aangezien eiseres geen dringende redenen had aangetoond om hiervan af te zien. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herziening van het AOW-pensioen en de terugvordering.