ECLI:NL:CRVB:2005:AT6693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding bij toekenning AOW-uitkering voor ongehuwden
De Sociale verzekeringsbank heeft aan gedaagde een AOW-uitkering toegekend volgens de norm voor een ongehuwde die samenwoont. Gedaagde en [betrokkene] wonen sinds 1962 in dezelfde woning, maar de vraag was of zij een gezamenlijke huishouding voeren of dat sprake is van een commerciële kostgangersrelatie.
De Raad heeft vastgesteld dat partijen een kostgangerscontract hebben gesloten waarbij gedaagde een wekelijkse vergoeding betaalt voor kost, inwoning en verzorging. Deze vergoeding is reëel en sluit aan bij de werkelijke kosten, inclusief huur en boodschappen. Hoewel er enige verzorging en gezamenlijke activiteiten zijn, zijn deze onvoldoende om te spreken van een gezamenlijke huishouding.
De Raad concludeert dat de relatie tussen gedaagde en [betrokkene] commercieel van aard is en dat de AOW-uitkering terecht is toegekend naar de norm voor een ongehuwde die samenwoont. Het hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank wordt verworpen en de AOW-uitkering is terecht toegekend volgens de norm voor een ongehuwde die samenwoont.