Belanghebbende kocht een perceel waarop hij twee woningen liet bouwen voor verhuur. De rechtbank stelt vast dat de werkzaamheden niet leiden tot resultaat uit overige werkzaamheden omdat er geen objectieve verwachting was van voordeel. De woningen zijn gereed in 2020 en worden verhuurd, maar de bouwactiviteiten worden aangemerkt als normaal vermogensbeheer en het perceel valt onder box 3.
Belanghebbende betwist de hoogte van de box 3-heffing en vordert toepassing van het kerstarrest van de Hoge Raad, waarbij de heffing gebaseerd moet zijn op het werkelijk behaalde rendement. De inspecteur heeft onvoldoende rechtsherstel verleend omdat de forfaitaire heffing hoger uitvalt dan het werkelijke rendement.
De rechtbank verleent zelf rechtsherstel door het voordeel uit sparen en beleggen te stellen op het daadwerkelijk behaalde rendement van € 777. De aanslag wordt verminderd en het griffierecht aan belanghebbende vergoed. Er is geen sprake van resultaat uit overige werkzaamheden en het perceel blijft een vermogensbestanddeel in box 3.