ECLI:NL:RBZWB:2022:7601
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum en herziening bijstandsuitkering na intrekking wegens onbekend verblijf
Eiser maakte bezwaar tegen de ingangsdatum van zijn bijstandsuitkering, die het dagelijks bestuur had vastgesteld op 5 oktober 2020, terwijl hij een eerdere datum van 9 september 2020 wenste. Tevens werd beroep ingesteld tegen de afwijzing van een verzoek tot herziening van het besluit tot intrekking van de uitkering per 9 september 2020.
De rechtbank oordeelt dat het bestuursorgaan terecht heeft vastgesteld dat de uitkering ingaat vanaf de datum van melding, tenzij bijzondere omstandigheden anders rechtvaardigen. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn psychische problemen en dakloosheid bijzondere omstandigheden vormen die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen, mede omdat geen concrete medische informatie is overgelegd.
Ten aanzien van het herzieningsverzoek is geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die het besluit tot intrekking kunnen herzien. De rechtbank stelt dat het verzoek om herziening niet evident onredelijk is afgewezen, omdat eiser feitelijk een discussie over de juistheid van het oorspronkelijke besluit voert, wat in deze procedure niet aan de orde is.
De beroepen worden ongegrond verklaard, waardoor de bestreden besluiten in stand blijven. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De beroepen tegen de ingangsdatum van de bijstandsuitkering en de afwijzing van het herzieningsverzoek worden ongegrond verklaard.