Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt te Spijkenisse,
raadsman: mr. N.A. Koole, advocaat te Middelburg.
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
2) een mes voorhanden heeft gehad;
3) 97 XTC-pillen voorhanden heeft gehad.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Feit 1
ik heb mijne ook bij ma die is best klein’. [medeverdachte] komt rond 11:31 uur aan op het station in Middelburg. Aan de achterkant van het station treft hij [verdachte] die een van de messen die hij op 31 december 2021 via internet heeft gekocht aan [medeverdachte] geeft. Dit betreft een zogenaamd survivalmes. [medeverdachte] stopt het mes, dat in een foedraal zit, in zijn tas en vervolgens lopen zij in de richting van de plek waar [verdachte] met [slachtoffer] heeft afgesproken. In de omgeving van de [winkel] , zo’n 250 à 350 meter van de latere plaats delict, haalt [medeverdachte] het foedraal van het mes, gooit het weg en stopt het mes terug in zijn tas. [medeverdachte] en [verdachte] treffen [slachtoffer] op de afgesproken plek bij de [naam flat 1] . Zij roken eerst samen een sigaret. Vervolgens spreekt [medeverdachte] [slachtoffer] aan over de geldschuld. Hij pakt [slachtoffer] vast en haalt het mes dat hij bij het station van [verdachte] heeft gekregen uit zijn tas en steekt [slachtoffer] daarmee meerdere keren in zijn bovenlichaam, ook als [slachtoffer] al op de grond ligt en hij ( [medeverdachte] ) bovenop hem ligt.
“samen met [medeverdachte] ”, waarop [getuige 5] [verdachte] uitscheldt en zegt:
“ik be het je nog zo gezegt”en
“had niet verwacht datje e ht zou doem”,welke reactie van [getuige 5] impliceert dat er door [verdachte] eerder is gesproken over het steken van [slachtoffer] . De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat er tussen [medeverdachte] en [verdachte] is gesproken over het (dood)steken van [slachtoffer] . Daarbij komt dat [verdachte] , die wist dat [medeverdachte] erg boos kon worden en er naar eigen zeggen ook rekening mee hield dat er gevochten zou worden, aan [medeverdachte] een gloednieuw mes heeft verstrekt. Een mes dat groter was dan het mes dat [medeverdachte] al bij zich had. Tijdens de ontmoeting met [slachtoffer] ziet [verdachte] dat [medeverdachte] [slachtoffer] tegen de schutting aanduwt en dan vrijwel direct zijn mes tevoorschijn haalt en [slachtoffer] in zijn buik steekt. Pas na de tweede steek zegt hij “genoeg, genoeg” tegen [medeverdachte] en raakt hij zijn schouder aan. [medeverdachte] steekt daarna nog 15 keer in op het bovenlichaam van [slachtoffer] , ook als [slachtoffer] al op de grond ligt en hij ( [medeverdachte] ) bovenop hem ligt. Bij de sectie blijkt dat - onder andere - sprake is van perforatie van de borstholten, de rechterlong en de luchtpijp. Als iemand zo vaak en op die vitale plekken gestoken wordt, zal welhaast onvermijdelijk de dood daarop volgen. [verdachte] heeft, behalve een enkele opmerking en aanraking, nadat [slachtoffer] al tweemaal is gestoken, helemaal niets meer gedaan om zijn broertje te stoppen. Hij wist dat dit kon gebeuren en heeft het laten gebeuren. Onder voornoemde omstandigheden heeft [verdachte] op zijn minst willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat [medeverdachte] , boos als hij was, [slachtoffer] zodanig zou steken dat de dood daarop zou volgen, zodat er bij [verdachte] (op zijn minst) sprake is van voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer] .
door jou kan ik zo lang niet neuken’ en even later ‘
van wie moest het’, hetgeen erop duidt dat [medeverdachte] in opdracht van [verdachte] heeft gehandeld. Bovendien heeft [verdachte] zichzelf kort na de moord ook bestempeld als medepleger. Hij heeft verschillende mensen bericht dat hij het was die [slachtoffer] heeft neergestoken of dat hij het samen met zijn broer heeft gedaan.
Feit 2
Feit 3
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
- Urn € 1.277,88
- Rouwboeketten € 250,=
- Kleding uitvaart [slachtoffer] € 149,=
- Kleding uitvaart overig € 280,=
- Vuurwerk € 250,=
- Monument € 5.956,=
- Boodschappen € 85,64
- Reiskosten € 666,24
- Parkeerkosten € 178,28
- Uitvaartverzorging € 4.199,91
- Urnen gedenksteen € 1.591,=
- Bijzetting urnentuin € 766,50
- Kleding uitvaart € 160,=
- Bloemstuk Drenthe € 48,73
- Gedenkmuur en onthulling € 531,24
- Reiskosten € 1.206,=
- Parkeerkosten (bon) € 26,51
- Parkeerkosten overig € 75,=
- Kosten ziekenhuis: voedsel €
- Medische kosten: chiropractor
- Telefoonabonnement [slachtoffer]
- Verlies van arbeidsvermogen: loon 30%
- Toekomstschade
- Kosten ziekenhuis: voedsel
- Medische kosten: osteopaat
- Kaarten [naam concert]
- Verlies van arbeidsvermogen
- Toekomstschade
- Kosten ziekenhuis [slachtoffer]
- Reis- en parkeerkosten
- Verlies aan verdienvermogen
- Studiekosten-collegegeld
- Toekomstschade
- Medische kosten: chiropractor
- Zorgkosten: huishoudelijke hulp
- Reis- en parkeerkosten
- Beveiliging: sloten
- Verlies van verdienvermogen: 30% gekort
- Toekomstschade
- Medicatie
- Verlies van arbeidsvermogen
- Toekomstschade
- immateriële schade (shockschade)
- materiële schade, bestaande uit medische kosten EMDR-sessies
- € 2.000,=toekomstschade.
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
feit 2:Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, vijfde lid, van de Wet wapens
en munitie;
gegeven verbod;
een gevangenisstraf van twee jaar;
één dag hechtenis;
terbeschikkingstellingvan verdachte,
met verplegingvan overheidswege;
€ 42.559,14 (tweeënveertigduizend vijfhonderdnegenenvijftig euro en veertien eurocent), waarvan € 2.559,14 (tweeduizend vijfhonderden negenenvijftig euro en veertien eurocent) aan materiële schade en € 40.000,= (veertigduizend euro) aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 9 januari 2022 tot aan de dag der voldoening;
- [moeder slachtoffer] € 42.559,14 (tweeënveertigduizend vijfhonderdennegenvijftig euro en veertien eurocent);
- [vader slachtoffer] € 47.483,55 (zevenenveertigduizend vierhonderddrieëntachtig euro en vijfenvijftig eurocent);
- [zus slachtoffer] € 37.500,= (zevenendertigduizend vijfhonderd euro);
- [partner moeder slachtoffer] € 40.000,= (veertigduizend euro);
- [partner vader slachtoffer] van € 37.500,= (zevenendertigduizend vijfhonderd euro);