Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
3.Beoordeling door de rechtbank
4.Conclusie en gevolgen
5.Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de navorderingsaanslag IB/PVV 2016 en de aanslag IB/PVV 2017 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar tegen de navorderingsaanslag IB/PVV 2016 en de aanslag IB/PVV 2017 voor zover deze betrekking hebben op de vergrijpboetes;
- vermindert de vergrijpboete opgelegd bij de navorderingsaanslag IB/PVV over het jaar 2016 tot € 12.430;
- vermindert de vergrijpboete opgelegd bij de aanslag IB/PVV voor het jaar 2017 tot € 9.067;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van de bestreden uitspraken op bezwaar;
- verklaart de overige beroepen ongegrond;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 49 aan belanghebbende vergoedt;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 1.518 aan proceskosten aan belanghebbende.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;