ECLI:NL:RBZWB:2022:4957
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten Participatiewet
Verzoeker ontving een uitkering op grond van de Participatiewet die op 23 juli 2019 onrechtmatig werd ingetrokken en later herzien. Hij stelde dat hij door deze besluiten gezondheidsschade en psychologische schade heeft geleden, waarvoor hij schadevergoeding vorderde. De rechtbank erkent de onrechtmatigheid van de besluiten, maar benadrukt dat verzoeker de bewijslast draagt voor het aantonen van schade.
Verzoeker gaf aan geen medische stukken te kunnen overleggen vanwege de geheimhoudingsplicht van zijn huisarts en psycholoog. De rechtbank oordeelt dat dit voor zijn risico blijft en dat zonder concreet bewijs van geestelijk letsel geen immateriële schadevergoeding kan worden toegekend. Stress en ongenoegen door het uitblijven van de uitkering zijn onvoldoende.
De rechtbank wijst het verzoek af en ziet geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige in te schakelen. De uitspraak is gedaan door rechter Van de Sande op 24 augustus 2022 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van schade.