ECLI:NL:RBZWB:2022:4084
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op huurtoeslag 2018 bij voordeel uit sparen en beleggen
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen waarin het recht op huurtoeslag voor 2018 is vastgesteld op nul vanwege voordeel uit sparen en beleggen. De Belastingdienst/Toeslagen stelde dat het vermogen van eiseres op de peildatum 1 januari 2018 hoger was dan de vermogensgrens, waardoor geen recht op huurtoeslag bestond. Eiseres voerde aan dat het vermogen lager was als rekening werd gehouden met terug te betalen huurtoeslag over eerdere jaren en dat de Belastingdienst te laat had beslist, waardoor de rente onterecht werd geheven.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur voor de inkomstenbelasting en de Belastingdienst/Toeslagen verschillende bestuursorganen zijn met eigen bevoegdheden. Het vermogen wordt vastgesteld door de inspecteur en de Belastingdienst/Toeslagen moet dit volgen. Het beroep op vermindering van het vermogen met terug te betalen huurtoeslag was niet gegrond, omdat dit niet onder de hardheidsclausule valt en eiseres zich tot de inspecteur moet wenden.
De rechtbank stelde vast dat de Belastingdienst/Toeslagen tijdig heeft beslist binnen de wettelijke termijn van acht weken na ontvangst van het gewijzigde inkomensgegeven. De rente over de terugvordering is wettelijk voorgeschreven en correct berekend. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en de terugvordering met rente bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op huurtoeslag 2018 wordt vastgesteld op nul met terugvordering en rente.