Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
3.Proceskostenvergoeding
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM voor zijn motorrijtuig, waarbij discussie bestond over de juiste waardering van het voertuig en de gehanteerde taxaties.
De inspecteur baseerde zich op een hertaxatie die geen schade aan het voertuig constateerde, terwijl belanghebbende een taxatierapport overlegde met aanzienlijke schadeposten. De rechtbank oordeelde dat de hertaxateur voldoende onafhankelijk was en dat het beroep op een koerslijst van een ander merk niet slaagt, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat het voertuig niet eerder in Nederland geregistreerd was.
Verder concludeerde de rechtbank dat de gestelde schade niet verder gaat dan normale gebruiksschade en onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat deze de handelsinkoopwaarde vermindert. De naheffingsaanslag is daarom terecht vastgesteld. Wel is de redelijke termijn voor de bezwaarprocedure met drie maanden overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €500. De inspecteur wordt tevens veroordeeld in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.