Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, die een eenmanszaak drijft en samen met familie een vennootschap in Bulgarije bezit, verhuurde vrachtwagens aan deze vennootschap. In 2014 werden de vrachtwagens tegen een aanzienlijk lagere prijs doorverhuurd dan in andere jaren. De inspecteur corrigeerde daarom de winst over 2014 en de daarop volgende jaren.
De rechtbank oordeelde dat de lagere verhuurprijs onzakelijk was en dat belanghebbende om persoonlijke redenen zijn winst heeft prijsgegeven, wat een winstcorrectie rechtvaardigt. De stellingen van belanghebbende over zakelijke gronden werden onvoldoende onderbouwd.
Verder stelde de inspecteur vergrijpboetes wegens grove schuld vast, omdat belanghebbende bewust de verhuurprijs verlaagde zonder zakelijke reden en onvoldoende zorg betrachtte bij de samenwerking met zijn adviseur. De rechtbank vond de boetes passend, maar matigde deze met 20% vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Belanghebbende kreeg daarnaast recht op een immateriële schadevergoeding wegens de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank veroordeelde de inspecteur en de Minister tot betaling van deze vergoeding en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Winstcorrectie bevestigd, boetes wegens grove schuld opgelegd en gematigd, immateriële schadevergoeding toegekend.