Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Nadere bestudering van de U opgemaakte berekeningen geven aanleiding om de in eerste instantie voorgestelde correcties in de omzetsfeer niet door te voeren.
Dit betekent dat de aangiften vennootschappen gevolgd c.q. afgedaan kunnen en zullen worden.
Met betrekking tot de voorziening omzetbelasting in verband met de entreegelden;
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
.De administratie van belanghebbende vertoont daarmee zodanige gebreken dat de rechtbank van oordeel is dat belanghebbende niet aan de administratieplicht van artikel 52 AWR Pro heeft voldaan. Dit gebrek is naar het oordeel van de rechtbank dermate ernstig dat de inspecteur de informatiebeschikking terecht heeft afgegeven.
5.Griffierecht en proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep tegen informatiebeschikking 2 gegrond;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar tegen informatiebeschikking 2;
- vernietigt informatiebeschikking 2 voor zover die op de Vpb over het jaar 2015 ziet en handhaaft de beschikking voor het overige;
2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: