Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende betwist de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2017, met name de opname van zijn aandeel in een woning in de rendementsgrondslag en de vaststelling van aftrekbare specifieke zorgkosten. De woning, waarvan belanghebbende 25% bezit, is niet zijn hoofdverblijf en wordt op basis van de WOZ-waarde in de rendementsgrondslag betrokken. Belanghebbende voert aan dat er een afspraak was met de inspecteur om de woning niet aan te geven, maar dit beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen vanwege gebrek aan bewijs.
Ten aanzien van de specifieke zorgkosten zijn alleen dieetkosten geaccepteerd. Andere kosten zoals medicijnen, hulpmiddelen en reiskosten ziekenbezoek zijn afgewezen wegens onvoldoende bewijs of het niet voldoen aan wettelijke voorwaarden, zoals het ontbreken van een gezamenlijke huishouding. Belanghebbende stelde dat het recht op privacy hem vrijstelde van het overleggen van bewijsstukken, maar de rechtbank oordeelt dat de bewijslast bij hem ligt en weigering tot bewijslevering het beroep ondermijnt.
Ook het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel wordt verworpen; de inspecteur handelde volgens de geldende procedures door de aangifte te controleren. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2017 wordt ongegrond verklaard.