ECLI:NL:RBZWB:2020:3214
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis na beëindiging dienstverband
Eiser was werkzaam bij twee werkgevers en vroeg een WW-uitkering aan na beëindiging van zijn dienstverband bij de eerste werkgever per 1 december 2016. Het UWV wees de aanvraag af omdat eiser niet werkloos was en later omdat hij niet voldeed aan de wekeneis. De rechtbank vernietigde een eerder besluit en beval een nieuwe beoordeling.
In het bestreden besluit verklaarde het UWV het bezwaar gegrond maar wees alsnog de WW-uitkering af wegens niet voldoen aan de wekeneis. De rechtbank overwoog dat eiser in de referteperiode niet had gewerkt en dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij wegens ziekte of onbetaald verlof recht had op voorverlenging van de referteperiode.
De medische stukken toonden aan dat eiser vanaf begin 2016 arbeidsgeschikt was. De stellingen over ziekte en onbetaald verlof werden niet ondersteund door voldoende bewijs. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de uitkering had geweigerd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering wordt geweigerd wegens niet voldoen aan de wekeneis.