ECLI:NL:RBZWB:2020:1641
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid na verdenking diefstal
Eiseres had toestemming gekregen om beveiligingswerkzaamheden te verrichten, maar deze werd ingetrokken nadat zij werd verdacht van winkeldiefstal en een strafbeschikking ontving. De korpschef achtte haar betrouwbaarheid onvoldoende, mede op basis van processen-verbaal en een veroordeling door de politierechter, hoewel het hoger beroep nog loopt.
Eiseres stelde dat de onschuldpresumptie werd geschonden en dat de intrekking onevenredig was vanwege haar persoonlijke omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat de korpschef binnen zijn beoordelingsruimte handelde en dat het vermoeden van schuld, gebaseerd op serieuze verdenking en bewijs uit het strafproces, voldoende was om de betrouwbaarheid in twijfel te trekken.
De rechtbank stelde dat de belangenafweging rechtvaardig was en dat het belang van een integere beveiligingsbranche zwaarder woog dan het persoonlijke belang van eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarbij ook werd vastgesteld dat eiseres procesbelang had omdat een gunstige uitspraak haar toekomstige aanvraag zou kunnen ondersteunen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de toestemming wegens onvoldoende betrouwbaarheid.