ECLI:NL:RVS:2019:4149
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming werkzaamheden particuliere beveiligingsorganisatie wegens twijfel aan betrouwbaarheid
De korpschef heeft op 14 maart 2018 de toestemming voor appellant om werkzaamheden te verrichten voor een particuliere beveiligingsorganisatie ingetrokken vanwege een serieuze verdenking van betrokkenheid bij een hennepkwekerij. Appellant was tijdens de ontdekking van de hennepkwekerij aanwezig en vertoonde duidelijke aanwijzingen, zoals hennepresten aan kleding en een sterke hennepgeur. Hij werd aangehouden op verdenking van het vervaardigen van softdrugs en diefstal van stroom.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant tegen de intrekking ongegrond verklaard en geoordeeld dat het uiten van een vermoeden van schuld geen schending van de onschuldpresumptie oplevert. Appellant stelde in hoger beroep dat hij onschuldig is totdat schuld is bewezen en dat het incident in de privésfeer niet zonder nadere beoordeling van de aard van het incident en zijn rol mocht worden betrokken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de korpschef terecht heeft geoordeeld dat de betrouwbaarheid van appellant twijfelachtig is. De beleidsregels stellen dat medewerkers in de beveiligingsbranche hogere eisen aan betrouwbaarheid moeten voldoen en dat incidenten in de privésfeer die niet verenigbaar zijn met beveiligingswerkzaamheden mogen worden betrokken. De serieuze verdenking en de maatschappelijke risico’s van hennepteelt, zoals brandgevaar en geweld, maken de intrekking gerechtvaardigd.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor werkzaamheden bij de particuliere beveiligingsorganisatie wordt bevestigd wegens twijfel aan de betrouwbaarheid van appellant.