ECLI:NL:RBZWB:2019:904
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen verrekening ouderdomspensioen op WW-uitkering
Eiseres heeft sinds 1992 bij dezelfde werkgever gewerkt en ontvangt vanaf 1 oktober 2016 een ouderdomspensioen/prepensioen. Vanaf 2 april 2018 ontvangt zij een WW-uitkering. Het UWV heeft het ouderdomspensioen in mindering gebracht op deze WW-uitkering, wat eiseres betwist en waartegen zij bezwaar heeft gemaakt.
De rechtbank overweegt dat de hoofdregel is dat prepensioen wordt verrekend met een WW-uitkering, zoals bepaald in artikel 47 van Pro de WW en artikel 3.5 van het Algemeen Inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB). Hoewel eiseres de regelgeving onredelijk vindt vanwege de negatieve financiële gevolgen, biedt de wet geen ruimte voor uitzonderingen of hardheidsclausules in haar situatie.
De rechtbank beoordeelt dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor uitzonderingen, zoals het samenhangen van het prepensioen met een verlies aan arbeidsuren. De wetswijzigingen per 1 februari 2017 en 1 mei 2018 zijn niet van toepassing op haar situatie. Daarom is het besluit van het UWV om het ouderdomspensioen op de WW-uitkering in mindering te brengen terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de verrekening van het ouderdomspensioen op haar WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.