ECLI:NL:RBZWB:2018:6247
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens niet gemelde gokopbrengst en gift
Eiser ontving een bijstandsuitkering en gaf aan een gift van €1.050 te hebben ontvangen. Daarnaast behaalde hij in juni 2016 een opbrengst van €260 uit online gokken, welke niet was gemeld aan het college. Het college herzag daarop de bijstandsuitkering over juni en juli 2016 en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond.
Eiser voerde aan dat opbrengsten uit gokken niet als inkomen mochten worden aangemerkt omdat deze niet periodiek waren en dat de gift volledig vrijgesteld moest worden. Het college hanteerde een beleidslijn waarbij een gift tot eenmaal de bijstandsnorm werd vrijgelaten en het meerdere als inkomen werd aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat ook eenmalige opbrengsten uit gokken als inkomen kunnen worden aangemerkt indien deze kunnen worden gebruikt voor levensonderhoud. De gift werd deels vrijgelaten conform het beleid van het college. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan dat de opbrengst uit gokken en de gift niet als inkomen zouden worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de herziening van de bijstandsuitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de bijstandsuitkering bevestigd.