ECLI:NL:CRVB:2018:7
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens inkomsten uit online pokeren
Appellant, die zich bezighoudt met betaald online pokeren, had bijstand ontvangen tot april 2015, toen deze werd ingetrokken vanwege hogere inkomsten uit pokeren. Hij vroeg opnieuw bijstand aan, maar deze werd afgewezen omdat zijn inkomsten uit pokeren hoger waren dan de bijstandsnorm.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat de bedragen op zijn pokeraccount geen direct inkomen waren omdat deze niet direct op zijn bankrekening stonden en dat de winsten als vermogen moesten worden beschouwd, waarbij verliezen in mindering moesten worden gebracht.
De Raad oordeelde dat alleen de aan het eind van een toernooi gewonnen bedragen als inkomen gelden en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet over deze bedragen kon beschikken. Verliezen en kosten van deelname worden gezien als verwervingskosten en kunnen niet in mindering worden gebracht. Een nieuwe grond over een maand zonder voldoende inkomsten werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd omdat de inkomsten uit online pokeren als inkomen worden aangemerkt.