Uitspraak
16.7384 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg op 20 juni 2015 bijstand aan op grond van de Participatiewet. De gemeente Bergen stelde het vermogen van appellante per peildatum 16 juni 2015 vast op €18.005,54, waarbij onder meer de afkoopwaarde van haar pensioen werd meegerekend. Een lening van €3.000,- bij haar ouders werd niet in aanmerking genomen omdat deze pas op 10 juli 2015 werd overeengekomen, na de peildatum.
Het college wees de aanvraag af wegens het vermogen boven de toegestane grens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college terecht de lening niet meerekende en de pensioenafkoopwaarde wel. Appellante stelde in hoger beroep dat de lening wel in mindering gebracht moest worden vanwege toezeggingen van de consulent en dat de pensioenafkoopwaarde ten onrechte werd meegeteld.
De Raad overwoog dat het vermogen op de peildatum beslissend is en dat de lening na die datum is gesloten, waardoor deze niet in mindering kan worden gebracht. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.