Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is aansprakelijk gesteld voor niet-betaalde loonheffing over 2005 van personeel dat zij inleende van twee uitzendbureaus, [A BV] en [B BV]. De rechtbank beoordeelt inhoudelijk of de naheffingsaanslagen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd, ondanks eerdere onherroepelijke uitspraken over deze aanslagen ten name van de uitleners.
De rechtbank stelt vast dat de grieven van belanghebbende zich richten op de juiste toepassing van cao’s en de juistheid van steekproeven bij de uitleners. De rechtbank oordeelt dat de toegepaste bouw-cao terecht is gevolgd en dat de steekproeven voldoende zijn gemotiveerd. Ook is de aansprakelijkheid van belanghebbende voor beide uitleners terecht, mede gezien de naamswijziging en opeenvolgende dienstverbanden.
De naheffingsaanslagen zijn tijdig opgelegd en de betalingen via g-rekeningen zijn correct verdeeld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en diverse beginselen van behoorlijk bestuur faalt. De beroepen worden ongegrond verklaard. Vanwege late verstrekking van stukken veroordeelt de rechtbank de ontvanger tot vergoeding van proceskosten van €1.750,50.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbende worden ongegrond verklaard en de ontvanger wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.