Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De feiten
4.De stellingen van partijen en de onderbouwing daarvan
noodzakelijkerwijsrecht heeft op het loon tijdens vakantie, inclusief de vergoeding die daar intrinsiek onderdeel van uit maakt. Daarmee is de vrijheid voor dat deel ingeperkt. Op gespannen voet staat daarmee de stelling van [gedaagde] dat partijen zouden kunnen overeenkomen (zelfs) geen loon te betalen tijdens vakantie, nu het niet goed voorstelbaar is dat vakantie zonder loondoorbetaling de werknemer niet zou verhinderen vakantieverlof op te nemen, daargelaten dat een dergelijke afspraak regelrecht in strijd is met een dwingendrechtelijk voorschrift uit de wet.
€ 400,00(2 punten à 5 200,00 per punt)