Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
,
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Karakter voorlopige voorziening
4.Gronden
equality of arms-beginsel gehouden is aan eisers ongeschoonde stukken te overleggen (…)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boeten over de jaren 2001 tot en met 2009, gebaseerd op informatie van een tipgever over buitenlandse bankrekeningen. Hij heeft bezwaar gemaakt tegen deze aanslagen en boeten, maar de inspecteur heeft geen uitspraken op bezwaar gedaan en weigert inzage te geven in de tipgeversstukken. Belanghebbende verzocht de voorzieningenrechter om de inspecteur te dwingen tot inzage en tot het doen van uitspraken op bezwaar.
De voorzieningenrechter oordeelt dat belanghebbende wel een spoedeisend belang heeft bij inzage in de stukken, maar niet bij het doen van uitspraken op bezwaar of het verkrijgen van garanties dat verstrekte informatie niet punitief wordt gebruikt. De inspecteur bood aan de stukken alleen aan de rechter te tonen, wat belanghebbende afwees.
De rechtbank verwijst naar de Hoge Raad die heeft geoordeeld dat het recht op inzage niet onvoorwaardelijk is en dat de inspecteur onder bepaalde omstandigheden inzage kan weigeren, waarbij de belastingrechter compensatie kan bieden. Gezien deze jurisprudentie en wettelijke bepalingen wijst de voorzieningenrechter het verzoek tot inzage en tot het doen van uitspraken op bezwaar af.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de voorzieningenrechter en is definitief; hoger beroep is niet mogelijk.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek af om de inspecteur te verplichten tot inzage in tipgeversinformatie en tot het doen van uitspraken op bezwaar.