ECLI:NL:RBZWB:2013:CA1938
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep op afwezigheid van alle schuld bij verzuimboete wegens te late belastingaangifte
Belanghebbende heeft een verzuimboete van €226 opgelegd gekregen wegens het niet tijdig indienen van zijn aangifte inkomstenbelasting over 2010. Hij voerde aan dat hij een belastingadviseur had ingeschakeld en dat hem daardoor geen verwijt kon worden gemaakt (avas). De rechtbank oordeelt echter dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de vereiste zorg heeft betracht om tijdige indiening te waarborgen.
Hoewel belanghebbende en zijn gemachtigde stelden dat er uitstel was verleend, bleek dit niet het geval. De inspecteur had belanghebbende tijdig herinnerd en aangemaand, maar belanghebbende had niet actief gecontroleerd of de aangifte daadwerkelijk was ingediend. De rechtbank benadrukt dat ook bij een vertrouwensrelatie met een adviseur de belastingplichtige zelf verantwoordelijk blijft om tijdige indiening te waarborgen.
De rechtbank wijkt hiermee af van een eerdere uitspraak van het Hof ’s-Hertogenbosch waarop belanghebbende zich had beroepen. Ook het beroep op matiging van de boete wegens financiële omstandigheden wordt verworpen, omdat het belastbaar inkomen voldoende hoog was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete wordt ongegrond verklaard en de boete van €226 gehandhaafd.