ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ6952
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende voortvarendheid inspecteur bij opleggen navorderingsaanslagen en vergoeding proceskosten
Belanghebbende maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 1991-1993. De inspecteur had de aanslagen opgelegd na een langdurige periode waarin hij beschikte over alle relevante informatie, maar toch meer dan 15 maanden wachtte met het opleggen van de aanslagen.
De rechtbank overweegt dat deze termijn niet aanvaardbaar is volgens de jurisprudentie, waarin een redelijke termijn van maximaal 13 maanden geldt. De inspecteur handhaafde de aanslagen tegen beter weten in tijdens de bezwaarprocedure, wat bijzondere omstandigheden oplevert voor vergoeding van de werkelijke proceskosten.
Daarnaast is vastgesteld dat de behandeling van het bezwaar en beroep ruim 2,5 jaar duurde, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekent. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding toe van €1.000 wegens spanning en frustratie. De inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en schadevergoeding.
Uitkomst: De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €257,43 en een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens onvoldoende voortvarendheid en overschrijding van de redelijke termijn.