ECLI:NL:RBUTR:2011:BR0215
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Persoonlijke aansprakelijkheid van advocaten voor niet-nakoming reservering derdengelden
De scheepswerf ([eiseres]) vorderde betaling van een bedrag dat een advocaat had toegezegd te reserveren op de derdengeldenrekening ten behoeve van haar vordering op een vennootschap onder firma (v.o.f.). Deze reservering had plaats moeten vinden tijdens een bodemprocedure die leidde tot een onherroepelijk vonnis ten gunste van de scheepswerf.
De advocaat die de v.o.f. bijstond, weigerde tot uitbetaling over te gaan, terwijl het vonnis in kracht van gewijsde was gegaan. Daarnaast waren twee andere advocaten, als bestuursleden van de Stichting Beheer Derdengelden, betrokken bij het beheer van de derdengeldenrekening en het toestaan van betalingen aan derden.
De rechtbank oordeelde dat de drie advocaten persoonlijk aansprakelijk zijn voor het niet nakomen van de toezegging tot reservering en uitbetaling. De advocaat die de v.o.f. bijstond handelde onrechtmatig door wisselende en onhoudbare standpunten in te nemen om betaling te vermijden en de scheepswerf nodeloos op kosten te jagen. De bestuursleden van de Stichting hadden zich op de hoogte moeten stellen van de herkomst en bestemming van de gelden en hielden onvoldoende rekening met de toezegging.
De rechtbank veroordeelde de advocaten tot betaling van het gereserveerde bedrag verminderd met reeds ontvangen betalingen, de gemaakte kosten, beslagkosten en proceskosten, met wettelijke rente. De vordering tot vergoeding van kosten voor andere procedures werd grotendeels afgewezen, behalve voor de advocaat die de v.o.f. bijstond.
Uitkomst: De advocaten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor betaling van EUR 43.503,97, kosten en rente wegens niet-nakoming van de reservering op de derdengeldenrekening.