ECLI:NL:RBSHE:2012:BW2224
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens inzet Poolse werknemers zonder tewerkstellingsvergunning bevestigd met matiging
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde het beroep tegen een bestuurlijke boete van €240.000 opgelegd aan eiseres wegens het inzetten van 30 Poolse werknemers zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning op 9 mei 2006.
De kern van het geschil betrof de vraag of de inzet van deze werknemers viel onder grensoverschrijdende dienstverlening of onder het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, waarbij het laatste een vergunningplicht met zich meebrengt. De rechtbank toetste dit aan het arrest Vicoplus van het Hof van Justitie van de Europese Unie en concludeerde dat de verplaatsing van de werknemers naar Nederland het doel op zich was van de dienstverrichting en dat zij onder toezicht en leiding van eiseres hun werkzaamheden verrichtten. Daarmee kwalificeerde de situatie als ter beschikking stellen van arbeidskrachten, waarvoor een tewerkstellingsvergunning vereist was.
De rechtbank verwierp de stelling van eiseres dat zij niet als werkgever kon worden aangemerkt en dat de boete onredelijk hoog was. Ook werd geoordeeld dat de boete niet matig hoefde te worden wegens de financiële situatie van eiseres of het ontbreken van financieel voordeel. Wel werd de boete met €2.500 verlaagd wegens overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro.
Het bestreden besluit werd vernietigd, het primaire besluit herroepen en de boete vastgesteld op €237.500. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Boete wegens inzet van 30 Poolse werknemers zonder vergunning bevestigd en gematigd tot €237.500 wegens termijnoverschrijding.